Direct naar inhoud

Welke kleuren zien katten? Zo werkt het zicht van je kat

Geplaats door Meadowfield op

Close-up van een cyperse kat met opvallend groene ogen tegen een blauwe lucht, het zicht en de kleuren die katten zien
Snel antwoord Katten zien wel kleur, maar minder dan wij. Ze zijn dichromaten: hun ogen hebben twee soorten kleurgevoelige kegeltjes in plaats van drie, waardoor ze vooral blauw en geel onderscheiden en rood en groen grotendeels als dof grijs zien. Hun kracht zit ergens anders: een kat heeft naar schatting ongeveer zes tot acht keer minder licht nodig dan een mens en is een meester in het opmerken van beweging. Daar staat tegenover dat een kat minder scherp ziet dan jij, geschat op zo'n 20/100 tot 20/200, en vlak voor de neus zelfs wazig kijkt. Kleur is voor een jager dus minder belangrijk dan licht en beweging.

1. Welke kleuren zien katten?

Katten zien wel degelijk kleur, maar een beperktere selectie dan mensen. Het zwaartepunt van het kattenzicht ligt bij blauw en geel. Die tinten onderscheiden ze prima. Aan de rode kant van het spectrum wordt het lastig: rood en groen kan een kat nauwelijks uit elkaar houden, en rood ziet er voor hem eerder dof grijs of bruinig uit dan fel.

De reden zit in de bouw van het oog. Kleur zien gebeurt met kegeltjes, de fotoreceptoren in het netvlies die op specifieke golflengtes licht reageren. Mensen hebben drie soorten kegeltjes (gevoelig voor blauw, groen en rood) en heten daarom trichromaten. Een kat heeft er twee, een blauwgevoelige en een geelgroen-gevoelige, en is dus een dichromaat. Met twee kanalen in plaats van drie ontstaat een wereld die niet kleurloos is, maar wel minder verzadigd en minder rijk aan tinten dan die van ons.

Praktisch gezegd: een felrode bal in het gras springt voor jou eruit, maar verdwijnt voor je kat grotendeels in een grauwe achtergrond. Een blauw of geel speeltje valt voor hem juist beter op. Dat verklaart waarom veel katten enthousiaster reageren op bepaalde kleuren speelgoed dan op andere.

2. Zijn katten kleurenblind? Dichromaat tegenover trichromaat

De vraag "zijn katten kleurenblind?" levert een genuanceerd antwoord op. Als je met kleurenblind bedoelt "ziet alleen zwart-wit en grijstinten", dan is het antwoord nee. Katten zien kleur. Bedoel je "ziet minder kleuren dan een mens met normaal kleurenzicht", dan klopt het wel: hun kleurwaarneming lijkt het meest op die van een mens met rood-groen kleurenblindheid.

Het verschil tussen dichromaat en trichromaat is de kern van het verhaal:

  • Trichromaat (de mens): drie soorten kegeltjes, dus drie kleurkanalen. Wij onderscheiden een breed palet, inclusief de subtiele verschillen tussen rood, oranje en groen.
  • Dichromaat (de kat): twee soorten kegeltjes, dus twee kleurkanalen. Blauw en geel komen goed door; het rood-groen-onderscheid valt grotendeels weg.

Daar komt nog bij dat katten in verhouding veel minder kegeltjes en veel meer staafjes hebben dan mensen. Staafjes zijn de cellen voor zien in zwak licht, voor beweging en voor het zicht in je ooghoeken; kleur en fijne details laten ze grotendeels links liggen. Het kattenoog is met andere woorden geoptimaliseerd voor schemer en beweging, niet voor een levendig kleurenpalet. Dat is geen gebrek maar een evolutionaire keuze: een schemerjager heeft meer aan licht en beweging dan aan kleurnuance.

3. Het nachtzicht van de kat

Hier blinkt de kat uit. Katten zien uitstekend in schemer en bij weinig licht. Een wijdverbreide en goed onderbouwde schatting is dat een kat ongeveer zes tot acht keer minder licht nodig heeft dan een mens om nog iets te kunnen onderscheiden; vaak wordt het ook omgekeerd gezegd, namelijk dat een kat toekan met ongeveer een zesde van het licht dat wij nodig hebben.

Dat nachtzicht komt door een samenspel van drie aanpassingen:

  • Veel staafjes. Het netvlies van een kat zit vol lichtgevoelige staafjes, beduidend meer dan bij ons. Hoe meer staafjes, hoe meer van het schaarse licht wordt opgevangen.
  • Grote pupillen. De pupil van een kat kan zich enorm wijd openen, zodat er bij weinig licht zoveel mogelijk binnenkomt. Overdag knijpt diezelfde pupil terug tot een smalle spleet om het felle licht te temperen.
  • Het tapetum lucidum. Een reflecterend laagje achter het netvlies dat licht een tweede keer langs de lichtgevoelige cellen kaatst (zie de volgende paragraaf).

Belangrijk om te onthouden: nachtzicht is geen toverkracht. In volledige duisternis, zonder ook maar een sprankje licht, ziet een kat net zomin als jij. Een kat heeft altijd een beetje licht nodig om mee te werken; hij gebruikt dat beetje alleen veel efficienter.

4. Waarom kattenogen oplichten in het donker

Die griezelig mooie groene of gele glans als 's avonds licht op de ogen van je kat valt, komt door het tapetum lucidum. Dat is een dun, reflecterend laagje vlak achter het netvlies. Licht dat bij de eerste passage niet door de lichtgevoelige cellen is opgevangen, kaatst hierop terug en krijgt zo een tweede kans om alsnog te worden geregistreerd.

Het effect is tweeledig. Functioneel verbetert het tapetum het zicht bij weinig licht aanzienlijk, doordat vrijwel elk fotontje twee keer langs het netvlies komt. En cosmetisch zorgt het voor de bekende "eye shine": de teruggekaatste straal verlaat het oog weer en geeft die karakteristieke gloed op een foto met flits of in het licht van een lamp. Mensen missen dit laagje, en daarom hebben wij op flitsfoto's juist rode ogen in plaats van groene.

5. Scherpte: een kat ziet minder scherp dan jij

Tegenover het sterke nachtzicht staat een duidelijke prijs: katten zien een stuk minder scherp dan mensen. De gezichtsscherpte van een kat wordt geschat op ongeveer 20/100 tot 20/200, tegenover 20/20 voor een mens met goede ogen. In gewone taal: wat een mens op dertig tot zestig meter nog scherp ziet, moet een kat tot op zo'n zes meter naderen om even helder waar te nemen.

Dat heeft alles te maken met die ruil tussen staafjes en kegeltjes. Veel staafjes leveren nachtzicht en bewegingsgevoeligheid op, maar weinig kegeltjes betekent minder scherpte en minder kleur. Voor een dier dat vooral in de schemer op kleine, bewegende prooien jaagt is dat een logische afweging: een muis verraadt zich door zijn beweging, niet door haarscherpe contouren.

Onderstaande tabel zet de belangrijkste verschillen tussen het zicht van een kat en dat van een mens naast elkaar.

Eigenschap Kat Mens
Kleurwaarneming Dichromaat (twee soorten kegeltjes); vooral blauw en geel. Trichromaat (drie soorten kegeltjes); breed palet inclusief rood en groen.
Zicht bij weinig licht Ongeveer zes tot acht keer minder licht nodig. Referentie; heeft duidelijk meer licht nodig.
Gezichtsscherpte Ongeveer 20/100 tot 20/200 (nabijgeziend). Ongeveer 20/20 bij goed zicht.
Gezichtsveld Ongeveer 200 graden. Ongeveer 180 graden.
Dichtbij scherpstellen Wazig binnen ongeveer 25 tot 30 cm; gebruikt snorharen. Kan veel dichterbij scherpstellen.
Beweging opmerken Heel sterk in schemer en halfdonker. Sterker bij helder daglicht.

6. Gezichtsveld en dichtbij zien

Het gezichtsveld van een kat is breder dan dat van ons: ongeveer 200 graden tegenover zo'n 180 graden bij mensen. Die extra graden in de ooghoeken helpen om beweging aan de zijkant snel op te merken, handig voor zowel jagen als opletten of er gevaar nadert. De overlap tussen beide ogen geeft de kat bovendien goede dieptewaarneming, wat belangrijk is om afstanden in te schatten voor een sprong.

Waarom je kat een hapje vlak voor de neus niet ziet

Een opvallend detail: vlak voor de snuit zien katten juist slecht. Alles binnen ongeveer 25 tot 30 centimeter wordt wazig, omdat een kat zijn ooglens daar niet goed op kan scherpstellen. Voor dat blinde stukje gebruikt hij zijn snorharen, de vibrissen. Die voelen vorm, afstand en de kleinste luchtbeweging vlakbij, en vormen zo een soort tastkaart van de directe omgeving.

Daarom snuffelt of betast een kat een snack die je vlak bij zijn neus houdt eerder dan dat hij die scherp ziet. Wil je dat je kat iets opmerkt, leg het dan net iets verder weg of laat het bewegen, in plaats van het pal voor zijn ogen te houden. Meer van dit soort weetjes vind je op onze pagina met leuke feitjes over honden en katten.

7. Beweging: gebouwd voor de jacht

Als er iets is waar het kattenoog op is afgestemd, is het beweging. In schemer en halfdonker merkt een kat de allerkleinste verplaatsing op, precies de omstandigheden waarin katten van nature jagen. Het wegschietende staartje van een muis, een fladderende mot, een touwtje dat over de vloer kronkelt: het triggert direct de aandacht en het jachtinstinct.

Interessant genoeg draait die superioriteit om bij fel daglicht. Dan zijn juist mensen beter in het waarnemen van fijne beweging dan katten. Maar in de uren waarin katten het actiefst zijn, de schemering rond zonsopgang en zonsondergang, is hun bewegingsdetectie moeilijk te kloppen.

Dat verklaart ook het speelgedrag in huis. Een stilliggend speeltje is voor een kat vaak oninteressant, maar zodra het beweegt schiet de jager wakker. Speel daarom met snelle, onregelmatige bewegingen en laat het speeltje af en toe "verstoppen", zoals een echte prooi zou doen. Wil je het brein van je kat verder prikkelen, lees dan ons stuk over intelligentie bij honden en katten.

8. Wat betekent dit voor jou en je kat?

Het zicht van je kat is een mooi voorbeeld van een dier dat is gevormd door zijn manier van leven. Een paar praktische lessen die je er meteen uit kunt halen:

  • Kies speelgoed in blauw of geel. Die kleuren onderscheidt je kat het best; rood en groen verdwijnen voor hem grotendeels in een grauwe waas.
  • Laat het bewegen. Beweging trekt veel sterker de aandacht dan kleur of vorm. Een speeltje dat schokkerig wegschiet, prikkelt het jachtinstinct beter dan een speeltje dat stilligt.
  • Hou snacks niet pal voor de neus. Binnen 25 tot 30 centimeter ziet je kat wazig en vertrouwt hij op zijn snorharen. Leg een lekkernij iets verderop of laat hem zoeken.
  • Laat 's nachts een sprankje licht. Katten zien fantastisch in schemer, maar niet in absolute duisternis. Een vaag straatlantaarntje of een nachtlampje helpt een kat zich 's nachts veilig door huis te bewegen.
  • Verwacht geen adelaarsblik. Je kat ziet minder scherp dan jij; hij herkent je eerder aan je silhouet, je beweging, je geur en je stem dan aan haarscherpe gezichtsdetails.

Twijfel je over de ogen van je kat zelf, bijvoorbeeld door troebeling, aanhoudend traanvocht, een afwijkende pupil of plotseling onhandig gedrag in bekende ruimtes, ga dan langs je dierenarts. Veranderingen in het zicht horen bij een dierenarts thuis, niet bij een artikel. Wil je meer lezen over hoe je een kat goed verzorgt en voert, kijk dan ook bij natvoer of droogvoer voor katten of, voor een nieuwe kat, onze pagina kitten in huis.

Veelgestelde vragen

Welke kleuren zien katten?
Katten zien vooral blauw en geel. Ze zijn dichromaten: hun ogen hebben twee soorten kleurgevoelige kegeltjes, waar mensen er drie hebben. Daardoor kunnen ze rood en groen slecht uit elkaar houden; die tinten zien er voor een kat eerder grijs of dof uit. Hun wereld is dus niet kleurloos, maar wel minder verzadigd en minder rijk aan kleuren dan die van ons.
Zijn katten kleurenblind?
Niet in de zin dat ze alleen zwart-wit zien. Katten nemen wel degelijk kleur waar, maar minder kleuren dan mensen. Doordat ze twee soorten kegeltjes hebben in plaats van drie, lijkt hun kleurwaarneming het meest op die van een mens met rood-groen kleurenblindheid. Blauw en geel onderscheiden ze goed; rood en groen vallen voor hen grotendeels weg in dof grijs.
Kunnen katten in het donker zien?
Katten zien uitstekend in schemer en bij weinig licht, maar niet in volledige duisternis. Bij nul licht ziet een kat net zomin als wij. Hun voordeel zit in zwak licht: door veel lichtgevoelige staafjes in het netvlies, grote pupillen en een reflecterend laagje achter het netvlies, het tapetum lucidum, halen ze het beschikbare licht maximaal uit.
Hoeveel beter is het nachtzicht van een kat dan dat van een mens?
Een kat heeft naar schatting ongeveer zes tot acht keer minder licht nodig dan een mens om nog iets te kunnen onderscheiden; vaak wordt gezegd dat een kat toekan met ongeveer een zesde van het licht dat wij nodig hebben. Dat komt door de combinatie van veel lichtgevoelige staafjes, een groot pupiloppervlak en het tapetum lucidum, dat licht een tweede keer langs het netvlies kaatst.
Zien katten scherper dan mensen?
Nee. De gezichtsscherpte van een kat ligt lager dan die van een mens, geschat op ongeveer 20/100 tot 20/200. Dat betekent dat een kat op zo'n zes meter afstand ziet wat een mens met goede ogen pas op dertig tot zestig meter scherp ziet. Katten ruilen scherpte in voor nachtzicht en bewegingsdetectie; details en kleur zijn voor hen minder belangrijk dan beweging in het halfdonker.
Waarom lichten de ogen van een kat op in het donker?
Dat komt door het tapetum lucidum, een reflecterend laagje achter het netvlies. Het kaatst licht dat niet meteen is opgevangen terug door het netvlies, zodat de lichtgevoelige cellen een tweede kans krijgen om het op te vangen. Dat verbetert het zicht bij weinig licht en zorgt voor de bekende groene of gele glans als er 's avonds licht op de ogen valt.
Kunnen katten dichtbij scherp zien?
Vlak voor hun neus zien katten juist slecht. Alles binnen ongeveer 25 tot 30 centimeter wordt wazig, omdat ze hun ooglens daar niet goed op kunnen scherpstellen. Voor dat gat gebruiken ze hun snorharen (vibrissen): die voelen vorm, afstand en luchtbeweging van dichtbij. Daarom snuffelt of betast een kat een snack vlak bij zijn snuit eerder dan dat hij die scherp ziet.
Zien katten beweging beter dan mensen?
In schemer en halfdonker zijn katten meesters in het opmerken van de kleinste beweging, wat hen helpt bij de jacht. Bij helder daglicht hebben mensen juist het voordeel: wij nemen fijne beweging overdag beduidend beter waar dan een kat. Een kat reageert dan ook sterker op iets dat snel beweegt of wegschiet dan op een stilliggend voorwerp.
Delen: WhatsApp Facebook E-mail