Direct naar inhoud

Hondenbrokken met veel vlees: wat zegt het vleespercentage op het etiket echt?

Bruin-witte hond ligt op de vloer naast een kom hondenbrokken
Snel antwoord Zoek je hondenbrokken met veel vlees? Het vleespercentage op de zak is het gewicht zoals het vlees de mengkuip in ging, inclusief water. Vers vlees is grofweg driekwart water, gedroogd vlees en vleesmeel zijn al ingedroogd. Kijk daarom of er vers, gedroogd of meel staat, vergelijk het eiwit in de analyse en kies een volledig voer.

1. Hoe lees je de samenstelling op een zak brokken?

Wie op zoek is naar hondenbrokken met veel vlees, kijkt meestal eerst naar de samenstelling. Op elke zak hondenvoer die in Europa wordt verkocht, staat dat kopje: Samenstelling. Daaronder staan de ingrediënten, in de wet voedermiddelen genoemd, in aflopende volgorde van gewicht. Dat staat in de Europese verordening over het in de handel brengen van diervoeder (EG 767/2009), en de Europese diervoedingssector werkt het uit in zijn etiketteringscode (FEDIAF). Wat bovenaan staat, woog dus het meest.

Het belangrijke detail zit in het woord gewicht. Er wordt gewogen zoals het ingrediënt de mengkuip in gaat, inclusief het water dat er op dat moment in zit. FEDIAF noemt dit het mengkuipprincipe. Een brok wordt daarna gekookt en gedroogd, waarbij veel water verdwijnt, maar de volgorde en de percentages op het etiket blijven gebaseerd op het moment van mengen.

Veterinaire voedingsdeskundigen, onder meer van de Tufts-universiteit en de Merck/MSD Veterinary Manual, wijzen op het gevolg daarvan: ingrediënten met veel water, zoals vers vlees, komen hoog op de lijst terecht, terwijl ze na het drogen veel minder bijdragen aan de droge brok dan dezelfde hoeveelheid van een droog ingrediënt. Een voer met verse kip op plek één kan zelfs minder kip bevatten dan een voer met kippenmeel op plek twee of drie.

Dat maakt de eerste plek niet zinloos. Een duidelijk benoemde vleesbron bovenaan, zoals verse kip of lam, is een prima eerste check, zoals we ook uitleggen bij waar let je op bij hondenvoeding. Kijk daarna alleen ook of dat vlees vers, gedroogd of meel is. Dat verschil leggen we hieronder uit.

2. Vers vlees, gedroogd vlees en vleesmeel: het verschil

Drie woorden op het etiket vertellen je veel: vers, gedroogd en meel. Ze hebben volgens de FEDIAF-code een vaste betekenis.

  • Vers mag alleen op een grondstof staan die geen andere behandeling heeft gehad dan koeling. Is het vlees gekookt, gedroogd of ingevroren, dan mag het woord vers niet meer gebruikt worden. Vers vlees bevat veel water: als indicatieve rekenwaarde gaat FEDIAF uit van ongeveer 75 procent vocht in grondstoffen van dierlijke oorsprong, dus grofweg driekwart water en een kwart droge stof.
  • Gedroogd vlees staat op de lijst met het gewicht in die gedroogde vorm. Het etiket moet laten zien dat het om een gedroogd of geconcentreerd ingrediënt gaat, met woorden als gedroogd, poeder of meel.
  • Vleesmeel is gedroogd, geconcentreerd dierlijk eiwit. Het water is er al grotendeels uit; kippenmeel bevat volgens Tufts bijvoorbeeld minder dan 10 procent vocht. FEDIAF sluit vleesmeel uitdrukkelijk uit van het terugrekenen naar vers vlees.
Op het etiket Wat het is Wat het percentage je vertelt
Vers vlees of verse vis Alleen gekoeld, verder onbehandeld. Gewicht inclusief veel water. Na het drogen blijft er grofweg een kwart van over (indicatief).
Gedroogd vlees of gedroogde vis Vlees of vis waaruit water is verwijderd. Gewicht in gedroogde vorm, dus een geconcentreerd aandeel.
Vleesmeel, kippenmeel, zalmmeel Gedroogd, geconcentreerd dierlijk eiwit. Al ingedroogd. Niet te vergelijken met hetzelfde percentage vers vlees.

Een kanttekening bij het woord vlees zelf. In de woordenlijst van FEDIAF betekent vlees skeletspier, maar de wettelijke categorie vlees en dierlijke bijproducten is breder: daar vallen alle vlezige delen van geslachte dieren onder en producten van de verwerking van het karkas. Alle dierlijke grondstoffen in diervoeding komen volgens FEDIAF van dieren die geschikt zijn verklaard voor menselijke consumptie. Net als bij vers vlees verschilt de kwaliteit van meel per grondstof en verwerkingsproces; onderzoek naar vleesbeendermeel liet zien dat temperatuur en druk bij de verwerking de eiwitverteerbaarheid (bij katten) en de eiwitbenutting kunnen beïnvloeden. Het etiket alleen vertelt je dat niet.

3. Met kip, rijk aan kip, kipmenu: wat moet er minimaal in?

Zet een fabrikant een ingrediënt nadrukkelijk op de verpakking (bijvoorbeeld in de naam of met grote letters op de voorkant) dan moet het gewichtspercentage van dat ingrediënt op het etiket staan. Dat is Europese wetgeving (art. 17 van verordening 767/2009). Volgens de FEDIAF-code moet dat een concreet getal zijn, zoals 4 procent, en geen bandbreedte of minimum.

Daarnaast hanteert de Europese diervoedingssector in zijn etiketteringscode vaste ondergrenzen voor bekende formuleringen. Die code is zelfregulering van de sector, die naast de wet wordt gelezen. In het Nederlands vertaald komt het hierop neer:

Formulering op de verpakking Minimaal aandeel van het ingrediënt
Met smaak van kip Meer dan 0, maar minder dan 4 procent kip.
Met kip Minstens 4 procent kip.
Rijk aan kip, veel kip Minstens 14 procent kip.
Kip in de productnaam op de verpakking, kipmenu, kipdiner Minstens 26 procent kip.
Alleen kip, 100% kip Geen andere ingrediënten dan kip, behalve toegestane toevoegingsmiddelen, mineralen of microcomponenten voor volledigheid en water voor de verwerking.

Let op een detail: voor zo'n claim mag een gedroogd ingrediënt waaruit alleen water is verwijderd, worden teruggerekend naar de verse hoeveelheid, zolang het gedroogde gewicht op het etiket staat. FEDIAF geeft zelf het voorbeeld dat 0,5 procent gedroogde wortel overeenkomt met 4,3 procent wortel. Vleesmeel is van dat terugrekenen uitgesloten.

4. Zo lees je onze eigen etiketten

Theorie wordt pas duidelijk met echte etiketten. Daarom lezen we hieronder de samenstelling van vier van onze eigen producten, precies zoals die op de productpagina staat. De omrekeningen naar droge stof zijn rekenvoorbeelden op basis van de indicatieve FEDIAF-waarde van ongeveer 75 procent vocht, geen gemeten gehaltes.

Masterclass krokante hondenbrokken, vers gevogelte

De samenstelling begint met: "15% verse kip, 8% gedroogde kip, mais, rijst, erwten, gevogeltevet". In de analyse staat 24% ruw eiwit. Samen is dat 23 procent kip zoals het de mengkuip in ging. De 15 procent verse kip is grofweg driekwart water, dus dat komt neer op ongeveer 4 delen droge kip per 100 delen mengsel, plus de 8 procent die al gedroogd is. Het is dus geen brok met extreem veel vlees, maar een volledig hondenvoer waarin vlees en granen samen het voer vormen, met de percentages gewoon op het etiket.

Masterclass Top Fit, verse zalm, graan- en glutenvrij

De samenstelling begint met: "20% verse zalm, 5% gedroogde zalm, erwten, gedroogde zoete aardappel". In de analyse staat 28% ruw eiwit. Dat is 25 procent zalm zoals toegevoegd. De 20 procent verse zalm komt volgens de FEDIAF-vuistregel neer op grofweg 5 delen droge stof (vis kan daarvan iets afwijken). Let ook op wat verderop staat: een deel van het eiwit komt uit plantaardige bronnen zoals erwteneiwit. Een hoger eiwitgehalte in de analyse is dus niet automatisch allemaal vis. Meer over erwten en peulvruchten lees je in graanvrij of glutenvrij hondenvoer.

Misschien valt je op dat gevogelte en zalm in de productnamen staan, terwijl het etiket 23 en 25 procent noemt, net onder de grens van 26 procent uit de tabel hierboven. Dat hoeft niet te botsen. Voor zo'n naam mag het gedroogde deel, waaruit alleen water is verwijderd, worden teruggerekend naar vers gewicht; alleen vleesmeel is daarvan uitgesloten. De 8 procent gedroogde kip en de 5 procent gedroogde zalm tellen dan voor een hoger, vers gewicht mee. Het precieze vochtgehalte van die gedroogde grondstoffen staat niet in onze productdata, dus we rekenen het hier niet tot op de procent uit. De samenstelling zelf blijft altijd het gewicht zoals het de mengkuip in ging.

Special Quality puppybrokken, geperst

De samenstelling begint met: "Vleesmeel (rund) 50%, 5% zalmmeel, granen (ontsloten mais)". In de analyse staat 28% ruw eiwit. Hier staat geen vers vlees, maar meel. Die 50 procent vleesmeel is al gedroogd en geconcentreerd, en laat zich daarom niet vergelijken met 50 procent vers vlees op een ander etiket. Het is ook geen 50 procent vlees: het is 50 procent vleesmeel. Wil je weten waarom dit voer geperst is in plaats van geëxtrudeerd, lees dan geperst of krokant hondenvoer.

Zoek je puppybrokken met veel vlees, onthoud dan vooral dit: voor een puppy telt eerst dat het voer als volledig puppyvoer is gelabeld, meer dan een hoog vleespercentage. Heb je een puppy van een groot ras of twijfel je over de groei, overleg dan met je dierenarts welk voer past.

Topfit Delicatesse, paardenvlees en groenten (blik)

De samenstelling is: "96% paardenvlees, 2,5% groenten, 1,5% appel". In de analyse staat 11,5% ruw eiwit en 78% vocht. Hier is het vleespercentage echt hoog, maar het blik is ook voor 78 procent water. Hoe je zo'n blik eerlijk naast brokken legt, lees je verderop bij eiwit op droge stof. Natvoer zoals dit geven veel eigenaren naast of door de brokken; kijk op het etiket van elk natvoer altijd of er volledig of aanvullend diervoeder staat. Meer over natvoer lees je in blikvoer voor honden en over deze vleessoort in paardenvlees voor honden. Al ons blikvoer staat bij natvoer voor honden.

5. Wat betekent 60% vlees (en wat niet)?

Veel mensen zoeken naar hondenbrokken met 60% vlees. Zoals je hierboven las, beschrijft zo'n percentage het gewicht bij het mengen, inclusief het water in vers vlees.

Wil zo'n getal echt iets zeggen, dan moet het etiket meer laten zien dan alleen 60 procent. Let op drie dingen:

  • De verdeling. Staat er hoeveel daarvan vers vlees is en hoeveel gedroogd vlees of meel? Een percentage dat grotendeels uit vers vlees bestaat, is iets heel anders dan hetzelfde percentage gedroogd vlees.
  • Het ruw eiwit in de analyse. Dat getal gaat over de brok zoals je hem koopt, niet over de mengkuip. Het vleespercentage en het eiwitgehalte samen vertellen je meer dan elk getal apart.
  • De eiwitbron. Staan er verderop ook plantaardige eiwitbronnen, zoals erwteneiwit? Dan komt niet al het eiwit uit vlees.

We doen geen uitspraken over hoe andere merken aan hun getallen komen. En voor de duidelijkheid: onze eigen brokken zijn geen 60%-vleesbrokken, en dat beweren we ook niet. Ze bevatten de percentages die je hierboven op het etiket leest.

6. Natvoer en brokken eerlijk vergelijken: eiwit op droge stof

Natvoer in blik bevat volgens de Merck/MSD Veterinary Manual ongeveer 68 tot 78 procent water, brokken meestal rond 10 procent. Leg je de eiwitgehaltes van die twee zomaar naast elkaar, dan vergelijk je vooral hoeveel water erin zit. Daarom vergelijk je verschillende soorten voer op droge stof (of op calorieën).

De rekenregel is eenvoudig: eiwit op droge stof is het eiwitpercentage, gedeeld door (100 min het vochtpercentage), keer 100.

  • Blik paardenvlees: 11,5 procent eiwit en 78 procent vocht. Dat is 11,5 gedeeld door 22, keer 100, ongeveer 52 procent eiwit op droge stof.
  • Masterclass kip: 24 procent eiwit. Het vochtgehalte staat niet in onze productdata; nemen we aan dat het, zoals bij de meeste brokken, rond 10 procent ligt, dan is dat 24 gedeeld door 90, keer 100, ongeveer 27 procent op droge stof. Dat is een schatting met een aangenomen vochtgehalte.

Zo zie je dat een hoog vleespercentage en veel water vaak samengaan. Hoeveel je daarna van een voer geeft, hangt af van de energie erin en van je hond; daarover lees je meer in hoeveel brokken heeft je hond per dag nodig.

7. Is meer vlees altijd beter?

Niet vanzelf. Volgens het voedingsteam van Tufts kun je de kwaliteit van een voer niet aflezen aan het etiket of de ingrediëntenlijst. Kwaliteit zit vooral in de deskundigheid om een voer volledig en gebalanceerd samen te stellen.

Daar komt bij dat honden geen pure vleeseters zijn. Genetisch onderzoek liet zien dat de hond zich tijdens de domesticatie heeft aangepast aan het verteren van zetmeel. Vlees blijft een belangrijke bouwsteen, maar een brok hoeft niet zo veel mogelijk vlees te bevatten om goed te zijn. Het totaalplaatje weegt zwaarder: is het voer volledig, is het gebalanceerd en past het bij jouw hond.

De World Small Animal Veterinary Association (WSAVA) adviseert daarom om te kiezen voor voer dat als volledig diervoeder is gelabeld. Voer dat als aanvullend is gelabeld, hoort maar een klein deel van het menu te zijn, 10 procent of minder. Je mag de fabrikant ook gerust vragen naar een typische analyse van alle essentiële voedingsstoffen.

Voor puppy's geldt hetzelfde: kies een volledig puppyvoer, en ga niet op jacht naar zo veel mogelijk vlees. Heeft je hond een nieraandoening, een (vermoedelijke) voedselallergie of is het een puppy van een groot ras, overleg dan met je dierenarts welk voer en welk eiwitgehalte geschikt is. Stap je over op ander voer, doe dat dan geleidelijk, zoals beschreven in veilig overschakelen op nieuw hondenvoer in 7 dagen.

Zoek je dit voor je kat? De etiketregels zijn dezelfde, maar de voedingsbehoefte van katten is anders. Lees daarvoor beste kattenbrokken en natvoer of droogvoer voor katten.

8. Etiket-checklist in vijf punten

  1. Volledig of aanvullend? Voor het hoofdmenu kies je een volledig diervoeder. Aanvullend voer is voor erbij.
  2. Lees de volgorde. De samenstelling staat op gewicht zoals het de mengkuip in ging, inclusief water.
  3. Vers, gedroogd of meel? Vers vlees is grofweg driekwart water; gedroogd vlees en meel zijn al geconcentreerd. Vergelijk nooit het ene percentage met het andere alsof het hetzelfde is.
  4. Kijk naar de analyse. Vergelijk het ruw eiwit en het vocht. Leg natvoer en brokken naast elkaar op droge stof.
  5. Past het bij je hond? Leeftijd, formaat, activiteit en gezondheid wegen zwaarder dan een vleespercentage. Bij gezondheidsvragen beslist je dierenarts mee.

Wil je deze checklist meteen toepassen, bekijk dan ons assortiment hondenvoer en lees per product de samenstelling en de analyse. Meer over het kiezen van voer lees je in beste hondenvoeding en, als je hond gevoelig is, in lam en rijst hondenvoer.

Veelgestelde vragen

Wat betekent 60% vlees in hondenbrokken?
Een vleespercentage op het etiket is het gewicht van het vlees zoals het de mengkuip in ging, inclusief het water dat er op dat moment in zat. Telt daar veel vers vlees in mee, dan is een groot deel van dat percentage water dat bij het drogen van de brok verdwijnt. Vers vlees is grofweg driekwart water. Een hoog percentage zegt daarom weinig over hoeveel dierlijk eiwit er in de droge brok zit. Kijk daarom ook of er vers, gedroogd of meel staat en vergelijk het ruw eiwit in de analyse.
Waarom staat vlees bovenaan de ingrediëntenlijst als er maar weinig in zit?
Ingrediënten staan op volgorde van gewicht zoals ze de mengkuip in gaan, inclusief water. Vers vlees bevat veel water en weegt daardoor zwaar bij het mengen, dus komt het hoog op de lijst. Na het drogen draagt het veel minder bij aan de droge brok. Een voer met verse kip op plek één kan zo minder kip bevatten dan een voer met kippenmeel op plek twee of drie.
Is vers vlees beter dan vleesmeel in hondenvoer?
Niet vanzelf. Vers vlees is alleen gekoeld en bevat veel water. Vleesmeel is gedroogd, geconcentreerd dierlijk eiwit, waar het water al grotendeels uit is. Hetzelfde percentage vers vlees en vleesmeel betekent daardoor iets heel anders. De kwaliteit van beide verschilt per grondstof en verwerking, en die kun je niet van het etiket aflezen. Belangrijker is dat het voer volledig en gebalanceerd is en bij je hond past.
Wat is het verschil tussen met kip en rijk aan kip op hondenvoer?
Volgens de Europese etiketteringscode van de diervoedingssector (FEDIAF) betekent met kip minstens 4 procent kip, en rijk aan kip minstens 14 procent. Staat kip in de productnaam op de verpakking of heet het voer kipmenu, dan is dat minstens 26 procent. Met smaak van kip betekent minder dan 4 procent. Voor zo'n claim mag gedroogde kip worden teruggerekend naar vers gewicht, vleesmeel niet. Zet een fabrikant een ingrediënt nadrukkelijk op de verpakking, dan moet het percentage volgens de Europese wet op het etiket staan.
Hoe vergelijk ik het eiwit in natvoer en brokken?
Reken het eiwit om naar droge stof: deel het eiwitpercentage door 100 min het vochtpercentage en vermenigvuldig met 100. Een blik met 11,5 procent eiwit en 78 procent vocht komt zo op ongeveer 52 procent eiwit op droge stof. Natvoer bestaat meestal voor rond driekwart uit water en brokken voor ongeveer 10 procent, dus zonder omrekenen vergelijk je vooral het water in plaats van het eiwit.
Hebben puppy's brokken met extra veel vlees nodig?
Een puppy heeft vooral een volledig puppyvoer nodig, niet zo veel mogelijk vlees. Kwaliteit zit in een volledige, gebalanceerde samenstelling, niet in het hoogste vleespercentage. Heb je een puppy van een groot ras of twijfel je over de groei, overleg dan met je dierenarts welk voer geschikt is.
Is hondenvoer met meer vlees altijd beter?
Nee. Volgens veterinaire voedingsdeskundigen kun je de kwaliteit van een voer niet aflezen aan het etiket of de ingrediëntenlijst. Honden hebben zich bovendien aangepast aan het verteren van zetmeel, dus een goede brok hoeft niet zo veel mogelijk vlees te bevatten. Kies een voer dat als volledig diervoeder is gelabeld en bij leeftijd, formaat en gezondheid van je hond past. Bij een nieraandoening of een vermoedelijke allergie bepaal je het voer samen met je dierenarts.

Bronnen

Dit artikel is geschreven met deze veterinaire en wetenschappelijke bronnen. Bij vragen over jouw dier is je dierenarts het aanspreekpunt.

Delen: WhatsApp Facebook E-mail